Facultair reglement van de Masterproef
(goedgekeurd door de Faculteitsraad van 25 oktober 2010)
Het facultair reglement van de masterproef is een aanvulling op artikel 62 van het algemeen examenreglement met betrekking tot de masterproef van de tweejarige masteropleidingen in de Faculteit Wetenschappen. Voor de éénjarige masteropleidingen en master-na-masteropleidingen gelden de algemene richtlijnen uit dit reglement uitgezonderd de tijdsschema’s. De opleidingscommissies (POC’s) kunnen dit reglement verder aanvullen, in het bijzonder wat betreft een concretisering van de te volgen procedures en het vervroegen van einddata voor de verschillende fazen in het toewijzingsproces. Zij delen deze wijziging mee aan de Facultaire POC (FPOC), die een herziening kan vragen.
1. Promotoren
Alle voltijdse en deeltijdse Z.A.P.-leden van de KU Leuven die actief zijn binnen een onderzoeksgebied dat aansluit bij een opleiding kunnen promotor zijn van een masterstudent in die opleiding. Ook doctores met een tijdelijk statuut kunnen optreden als promotor; in dat geval wordt tegelijkertijd een lid van het zelfstandig academisch personeel aangeduid dat garant staat voor de voortzetting van de begeleiding bij een eventuele mandaatbeëindiging van de doctor-promotor. Een doctor-promotor kan maximum drie proefschriften per jaar begeleiden.
In het geval de masterproef wordt gemaakt in het buitenland in het kader van een Erasmusuitwisseling, gelden dezelfde regels voor de aanstelling van een promotor/co-promotor als aan de KU Leuven, tenzij een afwijking toegestaan wordt door de FPOC.
2. Thema’s
Promotoren en groepen promotoren (onderzoeksgroepen, afdelingen, departementen) kunnen aan de POC voorstellen doen inzake specifieke
onderwerpen en/of onderzoeksthema’s (hierna kortweg: thema’s) voor een specifieke opleiding, of voor een specialisatie binnen een opleiding. Voorstellen worden bij de programmadirecteur (of gedelegeerde) ingediend voor bespreking op de laatste vergadering vóór het kerstverlof. De POC bepaalt de ontvankelijkheid van de voorstellen voor die opleiding.
3. Bekendmaking
De opleiding publiceert een lijst met de aangenomen thema’s ten laatste in de eerste week van het tweede semester, of tegen een door haar voor te stellen vroegere einddatum. Zij maakt de studenten van het eerste jaar van de opleiding attent op deze lijst, en verzoekt hen er kennis van te nemen en hun voorkeur te bepalen. Studenten kunnen daartoe contact opnemen met promotoren en onderzoeksgroepen.
Laattijdig ingediende voorstellen kunnen op een latere datum aan de lijst worden toegevoegd.
Studenten kunnen ook zelf voorstellen doen inzake een potentiële promotor en onderzoeksthema, buiten de door de opleiding gepubliceerde lijst. Daarvoor moet een gemotiveerde aanvraag ingediend worden bij de POC, ten laatste in de achtste week van het tweede semester. In geval de aanvraag wordt goedgekeurd kan de POC een copromotor aanduiden, die voor de opleiding en de examencommissie als aanspreekpunt zal fungeren wat deze masterproef aangaat. Zodra de POC een dossier in behandeling neemt dat betrekking heeft op de masterproef van een individueel student, fungeert zij zonder de studenten-leden, maar met toevoeging van de ombuds.
4. Toewijzing
Na de bekendmaking van de lijst, en ten laatste bij het einde van de lesweken van het tweede semester, maken studenten hun voorkeur voor de toewijzing van een onderzoeksthema bekend aan de POC. Zij duiden daarbij een door de POC te bepalen aantal geprefereerde thema’s aan. De voorzitter van de POC overlegt voor de toekenning van thema’s met de betrokken departementsvoorzitter(s) of gedelegeerde(n). De eerste ziet er op toe dat de voorkeur van de studenten zo goed mogelijk wordt gevolgd, de laatste(n) zie(t)(n) toe op een redelijke werkverdeling binnen dat(die) departement(en). Het waken over voldoende omkadering en begeleidingscapaciteit is hun gezamenlijke taak. De POC kan hiervoor een procedure uitwerken, indien gewenst. De uiteindelijke toewijzing wordt goedgekeurd door de POC en aan de studenten bekendgemaakt ten laatste onmiddellijk na de juni-deliberatie van de eerste fase van de masteropleiding.
Een verandering van promotor of onderwerp na de tweede week van de tweede studiefase van de masteropleiding kan alleen worden toegestaan door de programmadirecteur, in overleg met de eventuele betrokken onderzoeksgroep(pen) en/of departementsvoorzitter(s) (of gedelegeerde(n)).
5. Vervroeging van de procedure van toewijzing
Indien een individuele student een vervroeging van de procedure wenst in verband met een binnen- of buitenlands verblijf buiten de KU Leuven (Erasmus en dergelijke) tijdens de tweede studiefase van de masteropleiding, dan brengt hij/zij de Facultaire administratie op de hoogte en contacteert de Erasmuscoördinator vóór de kerstvakantie. De Erasmuscoördinator overlegt met de student, met potentiële promotor(en) of onderzoeksgroepen, en met de programmadirecteur. Ten laatste tijdens de tweede week van het tweede semester dient de student een dossier in
bij de Erasmuscoördinator, die het ter goedkeuring voorlegt aan de POC.
6. Taal van de masterproef
Voor de Nederlandstalige initiële masters wordt de masterproef in principe in het Nederlands afgewerkt. De masterproef kan ook in het Engels worden geschreven voor zover er een Nederlandstalige samenvatting is in opgenomen. Studenten die in dit geval erop staan hebben het recht om de masterproef in het Nederlands te verdedigen.
Voor de Engelstalige initiële masters is de voertaal Engels.
7. Afhandeling tweede studiefase van de masteropleiding
De titel van het proefschrift wordt uiterlijk in de tiende lesweek van het tweede semester door de promotor meegedeeld aan de secretaris van de
examencommissie. Deze laatste bezorgt alle informatie m.b.t. de masterproef (naam van de promotor, twee lezers en titel - Nederlands en Engels - van de masterproef) vóór het einde van dertiende lesweek van het tweede semester aan de Facultaire administratie.
8. Tekst en beoordeling van de masterproef
De tekst van de masterproef moet bij voorkeur worden afgedrukt op DinA4-formaat en worden gebundeld. De voorpagina moet de lay-out hebben van een model dat ter beschikking zal worden gesteld. Er worden voldoende exemplaren van de papieren versies ingediend voor de promotor(en) en de lezers + één elektronische versie (procedure) tegen de datum die door de POC wordt vastgelegd en uiterlijk drie weken vóór de proclamatiedatum bij de coördinator van de masterproef. De coördinator van de masterproef staat in voor de verzending van de exemplaren naar de juiste personen.
Uiterlijk acht weken voor de proclamatiedatum van de tweede examenperiode worden door de promotor twee lezers voorgesteld die behoren tot de potentiële promotoren van de opleiding aan de coördinator van de masterproef. Tenminste één van deze lezers behoort tot een andere onderzoekseenheid dan deze waarin de student zijn proefschrift heeft gemaakt. Om een degelijke beoordeling mogelijk te maken zullen de lezers de student over zijn werk ondervragen. De promotor en de lezers zijn ambtshalve lid van de evaluatiecommissie van de masterproef.
Tijdens de examenperiode zal de student zijn proefschrift publiek verdedigen. De coördinator van de masterproef stelt tijdig een agenda op voor de verdediging van de masterproef. Bij het opstellen van deze agenda zal ernaar gestreefd worden een zo groot mogelijk aantal KU Leuven- en andere betrokken professoren en onderzoekers uit het relevante vakgebied in staat te stellen de verdediging bij te wonen. De bij de verdediging aanwezige examinatoren, met inbegrip van de lezers van de proefschriften, zullen onder voorzitterschap van de voorzitter van de examencommissie of gedelegeerde gezamenlijk een examencijfer toekennen aan elke verdediging. De namen van deze examinatoren worden vermeld in het verslag.
Voor de masterproef worden vier quoteringen gegeven, één van de promotor, één van elk van de lezers en één voor de verdediging. Het relatief gewicht van deze vier quoteringen is 10:3:3:4. Het relatief gewicht van de quoteringen van de verhandeling van Master in de geografie (interuniversitaire opleiding) is 8:4:4:4
9. Uitzondering Master in de Informatica en Toegepaste Informatica
Studenten van de studierichting Informatica en Toegepaste Informatica volgen de procedures die in het departement Computerwetenschappen van de Faculteit Ingenieurswetenschappen van toepassing zijn voor de studenten Computerwetenschappen, wat betreft het indienen van de aanvraag, de toewijzing van de onderzoeksgroep, promotor en lezers.
Deze regeling laat toe dat studenten Informatica ook buiten het departement Computerwetenschappen hun masterproef kunnen maken.
De departementsvoorzitter Computerwetenschappen (of gedelegeerde) bezorgt alle informatie m.b.t. de masterproef (naam van de promotor en titel van het proefschrift) uiterlijk acht weken vóór de proclamatiedatum aan de Facultaire administratie.
10. Wijzigingen en betwistingen
Alle betwistingen die omtrent de toepassing van dit reglement ontstaan, worden beslecht door de programmadirecteur van de opleiding, desgevallend in overleg met de betrokken departementsvoorzitter(s). Beroep tegen deze beslissing is mogelijk bij het Faculteitsbestuur.

