Facultaire aanvullingen onderwijs- en examenreglement 2009-2010
Reglementen vorige academiejaren
Deze aanvullingen en toelichtingen op het onderwijs- en examenreglement gelden voor alle studenten van de Faculteit Wetenschappen. De nummers van de artikels verwijzen naar de onderwijsregeling en het examenreglement van de universiteit.
Onderwijsregeling
Het onderwijsreglement van de KU Leuven vindt u op http://www.kuleuven.ac.be/onderwijs/aanbod2009/info/algemeen/n/060403.htm#titel2.
Vooraf
De facultaire administratie p.a. Geel Huis, Kasteelpark Arenberg 11 3001 Leuven (Heverlee) fungeert als contactpunt voor alle vragen van de student in verband met het volgen van een opleiding, opleidingsonderdelen en vormen van vrijstellingen en studieduurverkorting. Formele verzoeken in verband met vrijstellingen, inhoud en wijzigingen van het studiecontract en het opleidingsprogramma van een student, worden gericht aan de facultaire administratie.
De commissie mobiliteit van de opleiding die beslist over het volgen van opleidingsonderdelen en deelnemen aan examens in andere instellingen bestaat uit de voorzitter en secretaris van de examencommissie, de programmadirecteur en de uitwisselingscoördinator van de opleiding.
1.1.2. Diplomacontract
De student richt een aanvraag tot het verkrijgen van vrijstellingen aan de decaan, die advies vraagt aan de programmadirecteur, en verwerft bij positieve beslissing het overeenstemmende diploma.
1.1.4. Examencontract
De opleidingsonderdelen die omwille van hun specifieke geaardheid aanleiding geven tot een dermate intensieve begeleiding, en daardoor niet in aanmerking komen voor een examencontract, kunnen via de syllabus geconsulteerd worden. Deze worden door de Facultaire POC goedgekeurd op advies van de permanente onderwijscommissie.
1.1.5. Combineerbaarheid van contracten
1.1.5.1. Combinatiemogelijkheden
De Facultaire POC kan op verzoek van de student afwijkingen op de principes van combinatiemogelijkheden toestaan.
1.2.2. Geïndividualiseerd traject
Een centrale assessmentcommissie onderzoekt de gronden voor een geïndividualiseerd traject en bepaalt of een student voldoet aan de voorwaarden om een geïndividualiseerd traject te doorlopen. De decaan, op advies van de programmadirecteur, bepaalt vervolgens de opbouw van het jaarprogramma en de studievoortgangsbewaking voor de student.
1.3.1.1. Wijzigingen van contracttype
Na afloop van het eerste semester kan een student vragen om het contracttype zoals bepaald in afdeling 1.1 te wijzigen. Hij richt daartoe een gemotiveerde aanvraag tot de decaan. Wijziging is maar mogelijk na instemming van de decaan.
1.3.1.2. Wijzigingen van contractinhoud
Tijdens een semester kan een student vragen de inhoud van een studiecontract te wijzigen. Hij richt daartoe een gemotiveerde aanvraag tot de decaan, die advies vraagt aan de programmadirecteur. Een wijziging is slechts mogelijk na instemming van de decaan
1.3.1.3. Wijziging van opleiding en heroriëntatie vanuit een andere instelling
Studenten die tijdens het academiejaar van instelling of van opleiding wensen te veranderen, kunnen dit enkel met toelating van de permanente onderwijscommissie van de nieuwe opleiding tot uiterlijk 15 maart. Een aanvraag tot wijziging van opleiding moet gevraagd worden voor 15 november in het eerste semester en voor 1 maart in het tweede semester. De permanente onderwijscommissie van de nieuwe opleiding beslist respectievelijk uiterlijk 1 december en 15 maart.
Het individueel jaarprogramma kan, in elk geval slechts met toelating van programmadirecteur van de nieuwe opleiding, nog bijkomend aangevuld worden
- met het oog op de examens van de tweede examenperiode met de opleidingsonderdelen uit de nieuwe opleiding die over het gehele jaar gespreid zijn, voor zover er nog geen deelcijfers in het eerste semester zijn toegekend;
- met het oog op de examens van de derde examenperiode met de eerste-semesteropleidingsonderdelen van de nieuwe opleiding die de student op eigen risico wenst af te leggen hoewel hij ze noch geheel noch deels heeft gevolgd.
2.1.5. Bijzondere voorwaarden voor creditcontracten en examencontracten met het oog op het verwerven van individuele creditbewijzen
De Facultaire POC, op advies van de permanente onderwijscommissie, kan bepalen dat bepaalde opleidingsonderdelen niet kunnen worden gevolgd onder de vorm van een creditcontract tenzij voldaan is aan de voltijdelijkheidsvoorwaarden of voortgangsvereisten die zijn opgenomen in de programmagids. De begintermen van een opleidingsonderdeel hebben een adviserende functie.
De Facultaire POC, op advies van de permanente onderwijscommissie, bepaalt welke opleidingen of opleidingsonderdelen eventueel niet kunnen worden gevolgd onder de vorm van een examencontract omwille van de specifieke vormen van begeleiding die zij vereisen.
Uitzonderlijk kan de programmadirecteur toestaan dat een student een creditcontract of een examencontract met het oog op het behalen van een creditbewijs afsluit zonder dat hij voldoet aan de toelatingsvoorwaarden van de opleiding waarin het opleidingsonderdeel zich situeert.
3.3.1. Algemene toelatingsvoorwaarden
Met het oog op het vlot doorstromen tussen opleidingen kan de Facultaire POC, na advies van de programmadirecteur beslissen dat een student een aangepast masterprogramma volgt in plaats van een voorbereidingsprogramma zoals beschreven in 2.3.3.
3.4.1. Bachelor- en masteropleidingen met verminderde studieomvang
In die gevallen waar de student recht meent te hebben op een verkort traject, zonder dat dit expliciet staat beschreven in de programmagids, richt de student een verzoek tot het volgen van een verkort traject tot de decaan, die advies vraagt aan de programmadirecteur.
Houders van andere dan de vermelde diploma’s die kunnen worden gelijkgesteld met de in dit artikel beschreven diploma’s, richten in elk geval een verzoek tot de decaan, die advies vraagt aan de programmadirecteur.
3.4.3. Postgraduaatopleidingen en andere trajecten van permanente vorming
In afwijking van wat in de toelatingsvoorwaarden is opgenomen, kunnen studenten door de Facultaire POC, op advies van de programmadirecteur, worden toegelaten die op grond van een toelatingsproef bewezen hebben te voldoen aan de begintermen van de opleiding.
4.1.5. Schakelprogramma’s
Voorafgaand aan de inschrijving voor een schakelprogramma kan de decaan, na advies van de programmadirecteur, een bekwaamheidsonderzoek opleggen met het doel na te gaan of de noodzakelijke geachte algemene wetenschappelijke competenties en wetenschappelijk-disciplinaire basiskennis die samenhangen met de academische bacheloropleiding die rechtstreeks toegang verleent, aanwezig zijn. Op grond van dat bekwaamheidsonderzoek kan de studieomvang van het schakelprogramma worden gedifferentieerd en kan de minimale studieomvang van het schakelprogramma worden teruggebracht. Uitzonderlijk kan de decaan, op advies van de programmadirecteur, de student vrijstellen van de verplichting tot het volgen van een schakelprogramma.
4.3.2. Structuur van het academiejaar
Art. 73. Voor de opleiding master in het toerisme wijkt de structuur van het academiejaar als volgt af :
De volledige opleiding (het eigenlijke masterprogramma, voorafgegaan door het voorbereidend traject) neemt in totaal anderhalf academiejaar in beslag. Het voorbereidend traject (Voorbereidings- of Schakelprogramma) start in de loop van de maand september en loopt gedurende het eerste semester van het academiejaar gevolgd door twee weken kerstvakantie, een week studietijd en drie weken examens. Aansluitend volgt voor de studenten een week vakantie. In die periode worden ook beraadslagingen van de examencommissies gehouden. Het eigenlijke masterprogramma (Master in het toerisme) start in het tweede semester met het eerste deel (30 stp) onderbroken door twee weken paasvakantie. Na de 13 weken volgen twee weken studietijd, drie weken examens en een deliberatieweek. Het tweede deel van het eigenlijke masterprogramma (30 stp) start in het daarop volgende academiejaar in september en loopt gedurende het eerste semester van dat academiejaar gevolgd door twee weken kerstvakantie, een week studietijd en drie weken examens waarna de beraadslaging volgt.
4.3.3.2. Verdeling van de studiepunten over de opleiding
Binnen elk opleidingsonderdeel bepaalt de docent onder toezicht van de betrokken onderwijscommissie en de Facultaire POC hoe de beschikbare studietijd verdeeld wordt over de contacturen en verwerkingsactiviteiten.
5.1.1. Algemene informatie
De student legt uiterlijk de derde woensdag van het academiejaar zijn individueel jaarprogramma vast conform de voor de opleiding geldende regels. De permanente onderwijscommissie keurt uiterlijk 1 december dit voorstel goed of legt tegen die datum in overleg met de student een ander individueel jaarprogramma vast. Vanaf 1 december zijn de gemaakte keuzes definitief.
Een student kan uiterlijk de derde woensdag van het tweede semester een voorstel tot wijziging van zijn individueel jaarprogramma dat betrekking heeft op opleidingsonderdelen die enkel gedoceerd worden in dat semester aan de permanente onderwijscommissie voorleggen. Die beslist uiterlijk op 15 maart.
De student die na de derde woensdag van het academiejaar nog de toelating krijgt tot inschrijving legt zijn jaarprogramma vast binnen de week na de toelating tot inschrijving. De permanente onderwijscommissie keurt zo spoedig mogelijk het individueel jaarprogramma goed of legt in overleg met de student een ander programma vast.
Wanneer een student ondanks aanmaning van de faculteit in gebreke blijft uit eigen initiatief een voorstel van individueel jaarprogramma te doen, kan de permanente onderwijscommissie een programma opleggen.
Wijzigingen van de gemaakte keuzes na de datum van 1 december of 15 maart worden niet meer toegelaten, tenzij op bijzonder gemotiveerd verzoek en op voorwaarde dat de decaan, na advies van de programmadirecteur, de motieven ernstig genoeg vindt.
Een student die wenst af te wijken van de algemene regelgeving dient een gemotiveerd voorstel in bij de decaan voor 15 november (of 1 maart voor tweedesemestervakken). De decaan beslist, na advies van de programmadirecteur, over de gevraagde afwijkingen.
5.1.2. Het studieprogramma van studenten met vrijstellingen
Een student die meent (op basis van een eerder behaald diploma) in aanmerking te komen voor studieduurverkorting, richt daartoe een gemotiveerde aanvraag tot de decaan. Via een "aangepast programma" legt de decaan na advies van de programmadirecteur desgevallend de verdeling in de tijd van de nog te volgen opleidingsonderdelen vast.
5.2.1. Vrijstelling of overname van examencijfers
De vrijstelling kan geheel of gedeeltelijk zijn. Dit gebeurt op basis van een equivalentiebeoordeling door de programmadirecteur, in overleg met de betrokken docenten zoals bepaald onder 5.2.3.
De programmadirecteur verleent vrijstelling op grond van:
a) een creditbewijs behaald in de eigen of een andere instelling;
b) een bewijs van bekwaamheid uitgereikt door een validerende instantie;
c) een EVK die niet via een creditbewijs maar via een ander studiebewijs werd bekrachtigd.
De omvang van de vrijstelling voor een opleidingsonderdeel wordt in beginsel gelijkgesteld aan het aantal studiepunten van het opleidingsonderdeel waarvoor men vrijstelling verkrijgt tenzij de programmadirecteur op grond van de equivalentiebeoordeling de omvang anders bepaalt.
Als in een masteropleiding een keuzemogelijkheid is gelaten tussen opleidingsonderdelen kan een student zich niet beroepen op het reeds gevolgd hebben van een opleidingsonderdeel uit een bacheloropleiding om hiervoor vrijstelling te verkrijgen. Hij moet in dat geval een keuze maken uit de resterende opleidingsonderdelen. Als in een bacheloropleiding een keuzemogelijkheid is gelaten tussen opleidingsonderdelen uit een bacheloropleiding kan een student zich wel beroepen op het reeds gevolgd hebben van een opleidingsonderdeel uit deze lijst om hiervoor vrijstelling te verkrijgen.
5.2.3.2. Vrijstelling op basis van creditbewijs of studiebewijs
Een student die meent aanspraak te kunnen maken op een vrijstelling voor een opleidingsonderdeel of een deel ervan op basis van een creditbewijs of ander studiebewijs, richt, rekening houdend met de data bepaald in 5.1.1., een aanvraag tot de decaan, die beslist na advies van de programmadirecteur.
5.2.3.3. Vrijstelling op grond van eerder verworven competenties die geen weerslag vonden in een creditbewijs of studiebewijs
e) attestering
De student kan op basis van het volgens de procedure beschreven in dit artikel afgeleverde bewijs een aanvraag tot vrijstelling indienen bij de decaan.
5.2.3.4. Beoordeling van equivalentie
De decaan en de programmadirecteur winnen waar nodig het advies in van de titularis(sen) voor het opleidingsonderdeel waarvoor een vrijstelling of een deelvrijstelling wordt gevraagd.
Als de aanvraag tot vrijstelling gebaseerd is op een ander studiebewijs dan een creditbewijs, kan de decaan na advies van de programmadirecteur, desgevallend na advies van de titularis(sen), ook het advies inwinnen van de validerende instantie van de Associatie KU Leuven.
5.2.3.5. Omvang en mededeling van een vrijstelling
De programmadirecteur beslist, in voorkomend geval na kennisname van het advies van de titularis of een gehele of gedeeltelijke vrijstelling wordt verleend evenals voor hoeveel studiepunten die wordt aangerekend en deelt een gemotiveerde beslissing mee aan de student.
De programmadirecteur deelt de beslissing ook mee aan de facultaire studentenadministratie.
5.2.3.6. Bewaren van de beslissingen
De facultaire administratie houdt een lijst bij van de genomen beslissingen en van de bijbehorende adviezen.
5.2.4.1. Duur
De Facultaire POC kan bepalen dat voor de in het eerste lid vermelde creditbewijzen, andere studiebewijzen of bewijzen van bekwaamheid een actualiseringsprogramma nodig is voor die studenten die een opleiding nog niet met succes hebben afgewerkt in het zesde kalenderjaar na het behalen van het bewijs.
5.3.1. Algemeen principe
De volgorde waarin studenten opleidingsonderdelen kunnen opnemen en er examens kunnen over afleggen, wordt - ongeacht het contracttype - bepaald door de structuur van het opleidingsprogramma, eventueel opgedeeld in opleidingsfasen, en in elk geval rekening houdend met de vastgelegde volgtijdelijkheidsvoorwaarden en voortgangsvereisten en begintermen. Op gemotiveerd verzoek van de student kan de decaan, na advies van de programmadirecteur, een andere regeling toestaan.
5.3.2.4. Afwijkingen
In uitzonderlijke gevallen kan de decaan, na advies van de programmadirecteur op gemotiveerde wijze afwijkingen toestaan op de in artikel 5.3.2. vastgestelde regels. De student richt hiertoe een schriftelijke en gemotiveerde aanvraag tot de decaan.
5.4.2.1. Keuze-opleidingsonderdelen aan een andere Vlaamse instelling van hoger onderwijs
Met toepassing van een overeenkomst gesloten tussen de Vlaamse universiteiten of tussen de instellingen van hoger onderwijs binnen de Associatie KU Leuven, kunnen studenten als een keuze-opleidingsonderdeel voor hun programma een opleidingsonderdeel volgen dat voorkomt aan een andere Vlaamse universiteit of een associatiepartner van de KU Leuven. Daartoe is vereist dat de student in de eigen universiteit ingeschreven is als met een diplomacontract of examencontract met het oog op het verwerven van een diploma, dat het betrokken opleidingsonderdeel niet voorkomt als plichtvak binnen de opleiding aan de eigen universiteit en dat de toelating verkregen wordt van de commissie mobiliteit van de eigen opleiding en van de verantwoordelijke voor het opleidingsonderdeel aan de andere betrokken instelling. De studenten brengen in overleg met de facultaire administratie de afspraken met de andere Vlaamse universiteit in orde.
5.4.2.4. Andere algemene afspraken rond mobiliteit
In het kader van de studentenmobiliteit kan de commissie mobiliteit, nog andere algemene afspraken maken met andere instellingen van hoger onderwijs in het binnen- of buitenland. Deze afspraken maken dan deel uit van het facultair onderwijs- en examenreglement.
5.4.2.5. Bijzondere procedure op individuele aanvraag
Voor zover de regeling in 5.4.2.3. tot en met 5.4.2.4. daarin nog niet voorziet, kan een student op gemotiveerde wijze aan de commissie mobiliteit voorstellen om opleidingsonderdelen van een opleiding te vervangen door andere die voorkomen in opleidingen van de KU Leuven of van andere binnen- of buitenlandse universiteiten of hogescholen. Zij richten daartoe een aanvraag aan de Facultaire administratie.
De commissie mobiliteit onderzoekt het voorstel van de student.
Bij positieve beslissing kan de student de voorgestelde vervangende opleidingsonderdelen elders volgen en daar de examens afleggen. In dat geval zal de commissie mobiliteit tevens aangeven op welke manier de examenresultaten voor de vervangende opleidingsonderdelen zullen worden verrekend in het kader van het behalen van een diploma. Behalve als de commissie mobiliteit anders beslist, komt het aantal studiepunten van een opleidingsonderdeel dat een ander verplicht opleidingsonderdeel vervangt overeen met het aantal studiepunten van het vervangen opleidingsonderdeel.
In het geval het voorstel betrekking heeft op een andere instelling van hoger onderwijs in het binnen- of buitenland, volgt de student de specifieke instructies van de commissie mobiliteit en de facultaire studentenadministratie.
5.5.3.1. Adviesgesprek en bindend studieadvies
Studenten met een diplomacontract of een examencontract met het oog op het behalen van een diploma die nog ten minste 120 studiepunten verwijderd zijn van het behalen van hun bachelordiploma en die niet ten minste 50 % van de studiepunten behaalden waarvoor ze inschreven, worden door de studietrajectbegeleider uitgenodigd voor een adviesgesprek.
De bindende voorwaarde houdt in dat de inschrijving voor een later academiejaar zal geweigerd worden, conform de regels van 5.5.3.2 en 5.5.3.3, als de EER-student in het eerstvolgende academiejaar waarvoor hij zich inschrijft niet voldoet aan die voorwaarden. Op gemotiveerd verzoek van de student bij de directeur Studentenadministratie kan de centrale assessmentcommissie afstappen van deze bindende voorwaarden, eventueel na advies van de programmadirecteur en de studietrajectbegeleider .
5.5.3.2. Weigering van verdere inschrijving voor een opleiding
In afwijking van de vorige leden en op gemotiveerd verzoek van de student bij de Directeur Studentenadministratie kan een centrale assessmentcommissie toch een nieuwe toelating geven, eventueel na advies van de decaan en van de Dienst Studieadvies.
5.5.3.3. Weigering voor een bepaald opleidingsonderdeel
Op gemotiveerd verzoek van de student bij de Directeur Studentenadministratie kan een centrale assessmentcommissie toch een nieuwe toelating geven, eventueel na advies van de decaan en van de Dienst Studieadvies.
6.2.1.1. In verband met de onderwijsverzorging
De faculteit wijst een lid van het academisch personeel of een ander personeelslid met relevante ervaring in onderwijsmateries aan als onderwijsombuds. Prof. C. Van Soom werd aangesteld als onderwijsombuds in de faculteit Wetenschappen. Bij deze vertrouwenspersoon kunnen de studenten doorheen het academiejaar terecht met betrekking tot aspecten van onderwijsverzorging die, omwille van hun persoonsgebondenheid, niet afdoende kunnen worden behandeld door de reguliere facultaire instanties.
6.2.2.1. In verband met de onderwijsverzorging
Klachten met betrekking tot de onderwijsverzorging door een docent worden ingediend bij de programmadirecteur van een opleiding, of bij de decaan als de programmadirecteur zelf betrokken partij is.
De programmadirecteur (of desgevallend de decaan doet een gemotiveerde uitspraak binnen de 30 dagen na de ontvangst van de klacht.
7.2. Specifieke aanvullingen t.a.v. de volgende rubrieken van het algemeen onderwijsreglement:
Afd. 3 Toelatingsvoorwaarden : 3.1.2. Taalvoorwaarden
Met het oog op de toelating tot een masteropleiding kunnen overeenkomstig de bewezen taalvaardigheid en het taalprofiel van de opleiding in overleg met de programmadirecteur versoepelde voorwaarden worden toegepast.
Examenreglement
Het examenreglement van de KU Leuven vindt u op : http://www.kuleuven.ac.be/onderwijs/aanbod2009/info/algemeen/n/060403.htm#titel3
Uitzondering : voor Master in de geografie geldt het interuniversitair examenreglement Master in de geografie
Uitzondering : voor de opleiding Master in het toerisme (inclusief schakel- en voorbereidingsprogramma) gelden als overgangsmaatregel de deliberatiecriteria zoals beschreven in artikel 36 van het examenreglement van het academiejaar 2008-2009)
Artikel 3 (Aanvullingen en afwijkingen)
De facultaire aanvullingen en toelichtingen op het examenreglement worden aan de studenten bekendgemaakt via de facultaire website "http://www.kuleuven.be/wet/reglement/examenreglement.html".
Artikel 4 (examenperiodes)
Masterstudenten die worden beraadslaagd in de eerste examenperiode en als “niet-geslaagd” worden geproclameerd, worden automatisch ingeschreven voor beraadslaging in de tweede examenperiode. Wie niet deelneemt moet dit uiterlijk op 31 maart op het faculteitssecretariaat melden. (zie ook de richtlijnen in het programmaboek m.b.t. inschrijving voor examens).
Uitzondering hierop is de opleiding Master in het toerisme. Studenten die in de eerste examenperiode als “niet-geslaagd” worden geproclameerd, kunnen inschrijven voor beraadslaging in de tweede examenperiode, op voorwaarde dat zij voor alle opleidingsonderdelen geslaagd zijn, en alleen nog voor de masterproef moeten herkansen. Studenten van deze opleiding die wensen deel te nemen aan de tweede examenperiode, verwittigen het faculteitssecretariaat uiterlijk op 31 maart.
Per academiejaar heeft elke student per opleidingsonderdeel in ieder geval maar 2 examenkansen.
Artikel 5 (deelexamens)
De Facultaire POC kan, op advies van de onderwijscommissies, beslissen dat over opleidingsonderdelen die over twee semesters worden georganiseerd, aan het einde van elk semester een deelexamen wordt afgenomen. De titularis kan daartoe een aanvraag richten aan de programmadirecteur van de betrokken permanente onderwijscommissies.
Artikel 6 (bijzondere examineertijdstippen voor volledige opleidingsonderdelen)
De oefeningen, practica, seminaries en excursies behorend bij een theoretisch college worden gelijktijdig met het hoorcollege geëvalueerd of via permanente evaluatie.
Afzonderlijk gequoteerde oefeningen, practica, … worden geëvalueerd tijdens de werkzittingen of via permanente evaluatie.
Herkansingen in de derde examenperiode gebeuren in de week vóór de opening van de derde examenperiode, wanneer de werkzittingen geen integrerend deel uitmaken van het examen van een hoorcollege.
Afwijkingen op hogervermelde worden door de titularis aangevraagd aan de programmadirecteur die de facultaire permanente onderwijscommissie adviseert. De beslissingen van de Facultaire POC blijven geldig tot wederroeping. De lijst van afwijkingen wordt aan de studenten bekendgemaakt.
De Facultaire POC, op advies van de onderwijscommissie, waakt over een evenwichtige spreiding van de beoordelingsmomenten bedoeld in de artikelen 7 en 8.
Artikel 7 (partiële en permanente evaluatie)
De Facultaire POC, kan toestaan dat voor opleidingsonderdelen die uit verschillende onderwijsleeractiviteiten bestaan, deze activiteiten afzonderlijk geëvalueerd worden. De titularis richt daartoe een voorstel aan de programmadirecteurs van de betrokken permanente onderwijscommissies die de Facultaire POC adviseren. De beslissing van de Facultaire POC wordt bindend voor het volgend academiejaar en blijft geldig tot wederroeping. Deze beslissing wordt vermeld op de syllabus.
De Faculteire POC houdt bij haar beslissing ten minste rekening met deze elementen :
- de omschrijving van de onderwijsleeractiviteiten;
- het relatieve aandeel van de verscheidene onderwijsleeractiviteiten in het definitieve examencijfer;
- de wijze van evalueren en de tijdstippen van de evaluatie;
De Facultaire POC kan ook, overeenkomstig de procedure in het eerste lid, voor een volledig opleidingsonderdeel een vorm van permanente evaluatie goedkeuren. Deze lijst wordt aan de studenten bekendgemaakt.
Artikel 10 ( bijwonen van een mondeling examen)
De examinator kan in overleg met de voorzitter van de examencommissie of bij onstentenis met de decaan een lid van het academisch personeel vragen een examen bij te wonen.
Artikel 15 (hernemen van examens uit de eerste examenperiode)
Over opleidingsonderdelen waarover een examen wordt georganiseerd tijdens de eerste examenperiode kan ten vroegste in de derde examenperiode opnieuw een examen worden afgelegd.
Artikel 16 (uitstellen van examens tot de tweede examenperiode)
De Facultaire POC kan aan een individuele student, na een gemotiveerd verzoek, toestaan om een examen van de eerste examenperiode uit te stellen tot de tweede examenperiode voor opleidingsonderdelen die hij verplicht moet opnemen wanneer zijn individueel studieprogramma voor het eerste semester 36 studiepunten overschrijdt en wanneer dit het gevolg is van de programmering van de opleiding. Indien de onevenwichtige spreiding het gevolg is van individuele keuzes van de student, kan op dit artikel geen beroep gedaan worden. Bij de goedkeuring van het individuele studieprogramma beslist de Facultaire POC wanneer er over welke opleidingsonderdelen examen moet worden afgelegd.
Artikel 17 (inhalen van examens uit de eerste examenperiode)
Een student die om een zwaarwichtige reden niet deelneemt aan een examen van de eerste examenperiode kan reeds tijdens de eerste examenperiode en uiterlijk vóór 1 maart vragen hierover in de tweede examenperiode examen af te leggen. De Facultaire POC beslist, na advies van de examenombudspersoon, en zij legt na overleg met de examinator de examenvorm vast.
Artikel 20 (Gevolgen ten aanzien van gemeenschappelijke opleidingsonderdelen)
Als in een combinatie van inschrijvingen opleidingsonderdelen voorkomen die voor meerdere contracten in aanmerking komen, dan gelden volgende regels:
c) de inschrijving is van toepassing op examenperiodes van opeenvolgende academiejaren: als de student een creditbewijs behaalde in de context van het eerste contract, krijgt hij in overeenstemming met 5.2.1. 2de lid van het onderwijsreglement automatisch een vrijstelling of overname van het examencijfer voor dat opleidingsonderdeel binnen het tweede contract, ongeacht of het om een plicht- dan wel een keuzeopleidingsonderdeel gaat.
Artikel 22 (tijdstip en plaats van examens)
Wanneer een student volgens de voorwaarden bepaald door de commissie mobiliteit opleidingsonderdelen volgt in een andere opleiding of aan een andere binnen- of buitenlandse instelling van hoger onderwijs, wordt het examen over deze opleidingsonderdelen afgenomen op het tijdstip, de plaats en onder de voorwaarden bepaald door de betrokken instelling.
Artikel 24 (vervanging door een equivalent opleidingsonderdeel)
De commissie mobiliteit kan studenten die geen creditbewijs behaalden voor een opleidingsonderdeel omdat zij niet slaagden in het examen dat zij aflegden aan een buitenlandse instelling voor hoger onderwijs, toestemming verlenen om in een volgende examenperiode van hetzelfde academiejaar aan de KU Leuven examen af te leggen over een door de examencommissie bepaald equivalent opleidingsonderdeel.
Artikel 25 (opdracht, aanstelling en beschikbaarheid van examenombudspersonen)
Op de tweede Facultaire POC van het academiejaar worden de examenombudspersonen/vertrouwenspersonen voor de bachelorstudenten van de faculteit Wetenschappen die verplichte opleidingsonderdelen uit de eerste studiefase volgen, op voorstel van de academisch verantwoordelijke van het monitoraat en in overleg met de studenten, aangesteld.
De Facultaire POC stelt voor de andere studenten per opleiding voor elke examenperiode op voorstel van of in overleg met de studenten, ten laatste op 15 november een lid van het academisch personeel tot examenombudspersoon en een ander tot plaatsvervangend examenombudspersoon aan.
Artikel 28 (verslag)
Na de derde examenperiode van elk academiejaar bezorgt de examenombudspersoon de decaan van de faculteit een verslag over de werkzaamheden. Deze verslagen worden bij het begin van het volgende academiejaar, uiterlijk op 15 november in de permanente onderwijscommissie en in de Facultaire POC besproken.
Artikel 29 (examinator)
Examens in de tweede of derde examenperiode over opleidingsonderdelen die gedoceerd werden door gasthoogleraren, worden bij hun afwezigheid afgenomen door een andere examinator, aangewezen door de decaan.
Artikel 30 (informatie vóór de examens en inleveringstermijn van werkstukken)
De titularis, in overleg met de examencommissie, kan bepalen dat, indien de inleveringstermijn niet gerespecteerd wordt, het werkstuk als niet-ingeleverd wordt beschouwd en dat de student voor deze opdracht een nul krijgt of als “niet geslaagd” wordt beschouwd.
Artikel 31 (examenvorm en examenduur)
Op voorstel van de titularis wordt de examenvorm vastgelegd door de Facultaire POC, geadviseerd door de betrokken permanente onderwijscommissies.
De examenvorm wordt vastgelegd overeenkomstig de procedure vermeld in artikel 7.
Van zodra er sprake is van persoonlijke interactie tussen de examinator en de student wordt het examen beschouwd als een mondeling examen en moet er geen afwijking worden aangevraagd.
Het niet aanbieden van een herkansing in de derde examenperiode wordt vermeld in de syllabi van de opleidingsonderdelen waarvoor dit omwille van hun specifieke geaardheid niet mogelijk is.
Artikel 32 (beoordeling)
De Facultaire POC kan beslissen dat voor een opleidingsonderdeel of een deel ervan een beoordeling plaatsvindt onder de vorm van een geslaagd/niet-geslaagd-beslissing.
Artikel 34 (samenstelling examencommissies)
Er wordt een examencommissie opgericht voor elke opleiding. De examencommissie wordt samengesteld:
- voor elke bacheloropleiding uit een representatieve examencommissie
- voor elke masteropleiding (Nederlandstalige en Engelstalige) uit een representatieve examencommissie
- voor de master na masteropleidingen uit een representatieve examencommissie
- voor de specifieke lerarenopleiding uit een representatieve examencommissie
- voor de academische lerarenopleiding (uitdovend) uit alle examinatoren.
- voor de postgraduaat-opleidingen uit een representatieve examencommissie
- voor elk schakelprogramma en voorbereidingsprogramma (met uitzondering van het schakel- en voorbereidingsprogramma: master in toerisme) is de examencommissie van de overeenkomstige bacheloropleiding verantwoordelijk
- voor het schakel- en voorbereidingsprogramma master in toerisme uit een representatieve examencommissie
- voor de studiejaren van de subfaculteit Wetenschappen, Kortrijk uit een representatieve examencommissie. De voorzitter en secretaris van deze examencommissies maken deel uit van de overeenkomstige examencommissies van de bacheloropleiding te Leuven.
De samenstelling van de representatieve examencommissies wordt bij het begin van het academiejaar bekend gemaakt.
De examenombudspersoon is geen lid van de examencommissie, maar neemt met raadgevende stem aan de beraadslagingen deel.
Artikel 44 (weging)
Voor alle studierichtingen in de faculteit Wetenschappen is het gewicht van elk vak evenredig met het aantal studiepunten toegekend aan het vak.
Voor de academische lerarenopleiding staan er 60 punten op het totaal van de brugvakken (3x20 of 2x30); 60 punten op de theoretische vakken, specifiek voor de lerarenopleiding (3x20); 60 punten op de praktijkinitiatie (seminaries 3x20) en 60 punten op de stage (luisterstage 10 en lesstage 50).
Artikel 46 (criteria voor het slagen voor een opleiding)
Er wordt beslist dat
- een onvoldoende voor de Masterproef steeds leidt tot het niet-slagen
- een onvoldoende voor de “Geïntegreerde Cases” (opleiding Master in het Toerisme) steeds leidt tot het niet-slagen
- een onvoldoende voor het opleidingsonderdeel G0K17A Financieel beheer en analyse (opleiding Schakel- en Voorbereidingsprogramma master in het Toerisme) steeds leidt tot het niet-slagen
- een onvoldoende voor de Lesstage in de Academische lerarenopleiding en de Stage van de Specifieke lerarenopleiding steeds leidt tot het niet-slagen
- er geen toleranties ingezet kunnen worden in de Master in het toerisme, m.a.w. een onvoldoende voor een opleidingsonderdeel in de Master in het Toerisme leidt steeds tot het niet-slagen voor deze opleiding.Dit geldt voor alle studenten die starten in februari 2010.
Studenten in het schakelprogramma of het voorbereidingsprogramma voor de master in het toerisme die niet slagen, kunnen doorstroming krijgen naar de eigenlijke masteropleiding indien ze credits verwerven ter waarde van minstens 23 studiepunten en minstens 54% behalen. Men kan niet slagen voor de eigenlijke master als men niet geslaagd is voor het schakel- of voorbereidingsprogramma.
Artikel 47 (criteria voor het behalen van een diploma of getuigschrift en een graad van verdienste)
Voor studenten die voldoen aan de criteria bepaald in dit artikel, maar die in studiepunten uitgedrukt meer dan 5% tolereerbare onvoldoendes hebben, beslist de Facultaire POC beslissen dat om dezelfde graad van verdienste te behalen geen hoger percentage moet worden behaald.
Voor de opleiding Master in de Geografie gelden de criteria zoals vermeld in het interuniversitair examenreglement.
Artikel 52 (mededeling van de beslissingen van de examencommissie tijdens de opleiding)
De examencijfers behaald voor of in de eerste examenperiode worden na de vaststelling van het resultaat door de beperkte examencommissie aan de studenten meegedeeld. Deze mededeling gebeurt voor alle studenten, met uitzondering van de bachelorstudenten die verplichte opleidingsonderdelen uit de eerste studiefase volgen, via het studentendossier in hun KULoket op de tweede dinsdag van het tweede semester.
De mededeling van de resultaten aan de bachelorstudenten die verplichte opleidingsonderdelen uit de eerste opleidingsfase volgen gebeurt door de ombuds in een kort persoonlijk gesprek op een nog te bepalen dag in het begin tweede semester.
Na de tweede en derde examenperiode worden de examenresultaten als volgt meegedeeld:
- alle studenten die nog niet in de eindfase van hun opleiding zitten:
na de bekendmaking van het algemene examenresultaat kunnen de studenten hun gedetailleerde resultaten ophalen bij de ombuds
- alle studenten die in de eindfase van hun opleiding zitten (die een resultaat hebben behaald voor alle opleidingsonderdelen van de opleiding)
na de bekendmaking of men geslaagd of niet geslaagd is, kunnen de niet-geslaagde studenten hun gedetailleerde resultaten ophalen bij de ombuds;
voor de geslaagde studenten zullen de behaalde graad en de gedetailleerde resultaten pas bekendgemaakt worden op de plechtige proclamatie
Artikel 53 (mededelingen van de resultaten over het geheel van de opleiding)
De examenresultaten worden NIET meer via post aan de studenten opgestuurd, maar bekend gemaakt via het studentendossier in K.U.Loket. Studenten zullen een email ontvangen op het ogenblik dat hun resultaten consulteerbaar zijn (resultaten worden vrijgegeven binnen de 48 uur volgend op het tijdstip van de mededeling).
De beroepstermijn van vijf kalenderdagen begint te lopen vanaf het ogenblik waarop van de resultaten kennis kan worden genomen.
Artikel 56 (het behouden van tolereerbare onvoldoendes)
Onder bijzondere omstandigheden kan de Facultaire POC een afwijking toestaan op de regel beschreven in dit artikel.
Artikel 57 (bijkomende voorwaarden voor het behoud van tolereerbare onvoldoendes door studenten die sedert hun eerste inschrijving in een bacheloropleiding nog geen 60 studiepunten verworven hebben)
Onder bijzondere omstandigheden kan de Facultaire POC een afwijking toestaan op de regel beschreven in dit artikel.
Artikel 58 (hernemen van examens over opleidingsonderdelen)
In uitzonderlijke gevallen kan aan een student die zich in de eindfase van een opleiding bevindt door de Facultaire POC na advies van de programmadirecteur de toelating tot een derde examenkans worden gegeven, onverminderd artikel 4, 2de lid.
Artikel 59 (creditbewijzen en hernemen van (examens over) opleidingsonderdelen)
Uitzonderlijk kan een student, mits gemotiveerde aanvraag en toelating van de Facultaire POC na advies van de programmadirecteur, aan het einde van zijn opleiding een vroeger behaald tolereerbare onvoldoende dat hij tot dan toe behouden had, herdoen.
Artikel 64 (facultair reglement, promotor), Artikel 65 (beoordeling) en Artikel 66 (verdediging)
Zie facultair reglement van de Masterproef.
Artikel 67 (toepassingsgebied)
Vóór elk examen moet de student zich laten registreren volgens de door de Inrichtende faculteit bepaalde regels. Zie programmaboek, facultaire informatie, administratie van onderwijs en examens; http://www.kuleuven.be/onderwijs/aanbod/info/50000405/n/0803.htm
Artikel 71
Examen over de opleidingsonderdelen van de voortgezette academische opleidingen van de faculteit kan worden afgelegd in de eerste, in de tweede en in de derde examenperiode.
Artikel 73
Voor postgraduaatopleidingen en voor die andere opleidingen van permanente vorming waarbij het behalen van een getuigschrift, respectievelijk een certificaat, afhankelijk is van een examen, stelt de faculteit een specifieke onderwijsregeling op omtrent de wijze en momenten van evalueren, wie kan beoordelen, de resultaatberekening en de wijze van meedelen en bespreken van resultaten. De onderwijsregeling voor het postgraduaat wetenschapsonderwijs en –communicatie wordt opgesteld door de stuurgroep. De faculteit beslist voor postgraduaatopleidingen en voor die andere opleidingen van permanente vorming waarbij het behalen van een getuigschrift, respectievelijk een certificaat, afhankelijk is van een examen, het algemeen onderwijs- en examenreglement te volgen.
Artikel 79 (overstap van oude opleidingen naar het bachelor-mastersysteem)
Studenten die omwille van studievertraging binnen de universiteit moeten overstappen van een oude opleiding naar een bachelor- of masteropleiding die haar vervangt, krijgen als zij geslaagd waren voor een opleidingsonderdeel een creditbewijs, dan wel vrijstelling op basis van een equivalentiebepaling. De decaan beslist op advies van de programmadirecteur welk van de twee valorisatiemethoden geldt.
Artikel 80 (overstap naar het opleidingsmodel met ingang vanaf 2009-2010)
Vooraf behaalde percentages over programmajaren, een eerste jaardeel van een niet in programmajaren ingedeelde opleiding of dergelijke opleiding in haar geheel, waarvoor de student slaagde, worden verrekend met de resultaten van het resterende deel voor het bepalen van de graad van verdienste.
Voor opleidingen van meer dan 60 studiepunten (met uitzondering van Master in de Geografie) wordt een gewogen percentage berekend
- voor bachelor : studenten die reeds geslaagd zijn voor het eerste jaar (weging 1-4) / studenten die reeds geslaagd zijn voor het eerste en het tweede programmajaar (weging 3-2)
- voor master : studenten die reeds geslaagd zijn voor het eerste jaar (weging 1-1)

