Zoeken in Faculteit Wetenschappen

U bent hier: Faculteit Wetenschappen Studenten Masterproeven aan de Faculteit Wetenschappen Begeleiding van de masterproef

Begeleiding van de masterproef

terug naar startpagina
 

Er bestaan grote verschillen in aanpak tussen de verschillende promotoren. Dit is gerelateerd aan de grote verscheidenheid in de aard van masterproeven en hoeft op zich geen probleem te vormen. Wel moet bewaakt worden dat er geen onder- of overbegeleiding plaatsvindt.

Begeleidingsteam

De begeleiding van een masterproef gebeurt soms door postdocs of doctoraatsstudenten en soms door de promotor zelf of door eventuele co-promotoren. Daarom worden onderstaande criteria geformuleerd voor het begeleidingsteam zonder een te strikte scheiding tussen begeleider en (co-)promotor. De promotor blijft echter steeds de eindverantwoordelijkheid dragen voor een goede begeleiding van de masterproefstudent en bepaalt welke taken naar wie worden gedelegeerd.

Aangezien doctoraatsstudenten vaak een belangrijke rol spelen bij de begeleiding van masterproeven, zal vanaf academiejaar 2010-2011 een extra sessie worden opgenomen in de facultaire assistentenvorming hieromtrent.

Profiel van een goede begeleider

Een goede begeleider voldoet aan de volgende criteria:

  • De begeleider is wetenschappelijk actief en op de hoogte van de stand van zaken in het onderzoeksdomein waarbinnen de student zijn masterproef maakt.
  • De begeleider zorgt ervoor dat het onderwerp en de uitwerking van de masterproef toelaten dat de student de doelstellingen zoals bepaald door POC en/of faculteit kan realiseren.
  • De begeleider bewaakt het wetenschappelijk karakter van de masterproef.
  • De begeleider bewaakt de kwaliteit en haalbaarheid van het onderzoeksplan dat tot stand komt in samenspraak tussen promotor en masterstudent en waarin het onderzoeksproject (onderwerp, methode, …) wordt geëxpliciteerd en praktische afspraken worden vastgelegd over onder meer te halen limietdata, praktisch-technische ondersteuning en begeleiding.
  • De begeleider is er verantwoordelijk voor dat voldoende tijd uitgaat naar overleg met elke masterproefstudent en volgt het onderzoek van nabij op:
    • Hij helpt bij de planning, de uitbouw en eventueel de bijsturing van het onderzoek.
    • Hij maakt de masterstudent vertrouwd met basistechnieken die niet in de rest van het curriculum worden aangeleerd.
    • Hij helpt de masterstudent bij het plaatsen van het onderzoek in een bredere context.
    • Hij is aanwezig wanneer de masterstudent zijn werk voorstelt (in seminaries, in gesprek met het begeleidingsteam, …) en geeft hierover feedback aan de masterstudent.
    • Hij brengt de masterstudent in contact met de onderzoekseenheid/heden waarin zijn masterproef zich situeert.
    • Hij geeft de masterstudent advies bij de uitbouw van zijn wetenschappelijk project, moedigt de student aan en enthousiasmeert hem / daagt hem uit.
    • Hij legt in samenspraak met de student de structuur van de tekst vast alvorens de student begint te schrijven.
    • Hij leest de tekst minstens één keer na op structuur en redenering, waarbij hij duidelijke feedback geeft aan de student. 
    • Hij biedt de masterstudent de kans om de masterproef te valoriseren (bv. onder de vorm van een paper, artikel, abstract, presentatie, congresbijdrage, …). Deze valorisatie hoeft dan niet binnen hetzelfde academiejaar te gebeuren.
    • Hij creëert een kader waarbinnen de afwerking van de masterproef binnen de voorziene termijn mogelijk is.
    • Hij evalueert samen met de masterstudent de vooruitgang van het werk en stuurt eventueel bij. 
    • Hij zorgt ervoor dat de evaluatiecriteria duidelijk en transparant zijn voor de student.
    • Hij zorgt voor feedback zowel tijdens het proces als na afloop.
  • Zowel promotor als begeleider lezen de masterproeftekst maximaal één keer grondig na op taal, waarna wel nog inhoudelijke feedback mag gegeven worden.

Profiel van een goede masterstudent

In het kader van de masterproef wordt van de student het volgende verwacht:

  • De student informeert zich ten gronde over de verwachtingen ten aanzien van de masterproef (begintermen, algemene doelstellingen, aanpak, beoordelingscriteria).
  • De student toont een grondige interesse voor het onderzoeksdomein waarbinnen hij zijn masterproef maakt.
  • De student staat mee in voor de kwaliteit van het onderzoeksplan dat tot stand komt in samenspraak tussen promotor en masterstudent en waarin het onderzoeksproject (onderwerp, methode, …) wordt geëxpliciteerd en praktische afspraken worden vastgelegd over onder meer te halen limietdata, praktisch-technische ondersteuning en begeleiding.
  • De student houdt zich aan de afspraken die hij met zijn promotor heeft gemaakt en die in samenspraak tussen promotor en student zijn neergeschreven in het onderzoeksplan.
  • De student zoekt actief contact met zijn promotor en eventuele begeleiders om de stand van zaken m.b.t. zijn masterproef te bespreken.
  • De student stelt zich open op voor de suggesties van zijn promotor en eventuele begeleiders bij de uitwerking van de masterproef.
  • De student dient de (onderdelen van de) masterproef tijdig en volgens afspraak met de promotor in zodat deze over de nodige tijd beschikt om gedegen feedback te geven.
  • De student pleegt geen fraude of plagiaat.  Hij past op een correcte manier de referentieregels toe.

Feedbackmomenten

Volgens de facultaire visie zouden optimaal vier grote feedbackmomenten voorzien moeten worden waarbij telkens promotor, ev. begeleider en student aanwezig zijn:

  • September - oktober: planning bespreken
  • December - januari (eventueel met presentatie): voortgang
  • Maart (eventueel met presentatie): voortgang
  • Mei: tekst bespreken

Verder wordt aangeraden om minimum 1 tussentijdse presentatie (inclusief proefverdediging en discussie) te voorzien ter voorbereiding van de finale verdediging.

 

Top